I. Analyse Marian Donner
In een artikel onderzocht Marian Donner (Groene Amsterdammer 22 sept 2021 nr 18) wat de female gaze (de vrouwelijke blik) werkelijk inhoudt. Ze zet zich af tegen de moderne opvatting dat beelden van geseksualiseerde vrouwen "bevrijd" zijn, enkel omdat de vrouwen zelfbewust in de camera kijken of omdat de maker een vrouw is.
Aan de hand van de theorieën van John Berger en de films Instinct en La Pianiste betoogt ze dat de ware female gaze niet draait om uitdagendheid, maar om de afwezigheid van zelf-objectivering.
De misvatting over zelfbewustzijn
Donner begint met een kritiek op recente media die beweren dat hyperseksuele beelden van vrouwen de male gaze doorbreken omdat de modellen "zelfbewust" zijn. Donner stelt dat dit juist een bevestiging is van de mannelijke blik: uitstralen dat er op hen gegeild mag worden is geen bevrijding, maar een schikking naar de toeschouwer.
Instinct vs. La Pianiste
- Instinct (Halina Reijn): Hoewel geregisseerd door een vrouw, blijft de patriarchale blik aanwezig. De hoofdpersoon is zich pijnlijk bewust van haar eigen afwijking en de beoordeling van de samenleving.
- La Pianiste (Michael Haneke): Volgens Donner benadert deze film de female gaze beter. De hoofdpersoon is de gespletenheid voorbij. Ze be- of veroordeelt zichzelf niet; de toeschouwer kijkt naar háár realiteit zonder dat zij zich aanpast.
II. De gespleten vrouw
Blik, zelfbewustzijn en algoritmische zichtbaarheid
In Ways of Seeing (1972) analyseert John Berger de Westerse beeldtraditie als een regime van kijken. Vrouw-zijn in een patriarchale cultuur betekent leven onder een permanente tweede blik.
Berger formuleert het scherp: “Men act and women appear.” De man handelt; de vrouw verschijnt. Deze verschijning is geen passieve toestand, maar een actief zelftoezicht. De vrouw internaliseert de blik van de ander en wordt haar eigen surveillant.
I. Surveyor vs. Surveyed
Berger beschrijft hoe vrouwen leren zichzelf te bekijken “zoals zij bekeken worden”. Het vrouwelijke subject leeft in een reflexieve lus:
- Ik ben (existentieel subject)
- Ik word gezien (object in de wereld)
- Ik zie mezelf zoals ik gezien word (interne surveillant)
Filosofisch gezien herinnert dit aan Hegels meester-knecht-dialectiek. Ook bij Michel Foucault vinden we een verwante analyse in het concept van het panopticon: het subject internaliseert de mogelijkheid van observatie, met zelfdiscipline als resultaat.
II. Naked vs. Nude
- Naked: naakt zijn – een existentiële toestand.
- Nude: het naakt als culturele constructie – een esthetisch object voor de blik.
Wanneer het lichaam primair nude wordt, verliest het zijn autonomie als zijnde. Het wordt een beeld dat op waarde wordt geschat, waardoor de identiteit verschuift van innerlijkheid naar uiterlijkheid.
III. De blik als metafysische breuk
De gespleten vrouw leeft in een permanente zelfobjectivering. Sartre beschreef hoe de blik van de ander mij tot object maakt, maar bij Berger wordt deze objectivering een permanente conditie. Kan een subject volledig zichzelf zijn wanneer het zichzelf voortdurend ziet als object?
IV. Van patriarchale blik naar algoritmische blik
In het digitale tijdperk is de blik niet langer uitsluitend mannelijk; zij is algoritmisch. Platforms structureren zichtbaarheid via likes en rankings. De gespleten vrouw wordt nu ook data-object. Waar Foucault sprak van biopolitiek, spreken we nu van datapolitiek: zichtbaarheid is kapitaal.
V. Kritische reflectie: Is er een uitweg?
Misschien ligt de sleutel in het herdefiniëren van zichtbaarheid. Niet als beschikbaarheid voor consumptie, maar als gedeelde aanwezigheid. De taak is het bevrijden van de blik uit haar hiërarchische structuur.